ECLI:NL:RVS:2013:BY8217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Tibetaan wegens onvoldoende onderzoek risico terugkeer
De vreemdeling, afkomstig uit Tibet, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Justitie op 18 mei 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het tegen deze afwijzing ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat er onvoldoende reden was om aan te nemen dat de vreemdeling bij terugkeer naar China een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Dit oordeel was gebaseerd op het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken, dat vermeldt dat er slechts beperkte informatie beschikbaar is over de behandeling van Tibetanen en Oeigoeren bij terugkeer naar China en dat er geen thematisch ambtsbericht bestaat over Tibetanen.
De staatssecretaris kon niet met zekerheid aangeven hoeveel Tibetanen een verblijfsvergunning hadden gekregen of waren uitgezet, en had onvoldoende nader onderzoek verricht naar het risico voor de vreemdeling. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 mei 2010, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 2.124,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.