ECLI:NL:RVS:2013:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris wees op 1 februari 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een afhankelijkheidsrelatie tussen de vreemdeling en haar in Nederland wonende zoon aannam. De medische stukken toonden onvoldoende aan dat de vreemdeling afhankelijk was van haar zoon, mede omdat de zoon al in 2009 naar Nederland was vertrokken en de vreemdeling zich ook zonder hem had gered. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de zoon in het Verenigd Koninkrijk haar niet zou kunnen bijstaan.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris de aanvraag binnen de wettelijke termijn zorgvuldig had behandeld en de vreemdeling voldoende gelegenheid had geboden om haar stellingen te onderbouwen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.