ECLI:NL:RVS:2013:2206
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding planschade en nadeelcompensatie na werkzaamheden Spuistraat Vlissingen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen om vergoeding van planschade en nadeelcompensatie wegens omzetdaling door werkzaamheden aan de Spuistraat. Het college wees dit af, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank Middelburg. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het college had beslist dat de schade niet vergoed werd vanwege actieve risicoaanvaarding, maar liet de rest van het besluit in stand.
In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak werd overwogen dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat er geen oorzakelijk verband was tussen de werkzaamheden en de omzetdaling in 2006. Het college motiveerde nader met een advies van de SAOZ dat de omzetdaling niet aannemelijk het gevolg was van de werkzaamheden, mede omdat de belangrijkste wandelroute voor toeristen langs het bedrijf liep en de bereikbaarheid voor automobilisten niet volledig was afgesloten.
Appellant voerde aan dat het college zich niet op het advies mocht baseren en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De Afdeling verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het college voldoende gemotiveerd had dat de schade niet het gevolg was van de werkzaamheden en dat geen bijzondere omstandigheden voor toepassing van de hardheidsclausule aanwezig waren. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank bevestigd en college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.