ECLI:NL:RVS:2013:2213
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vernietiging rechtbankuitspraak inzake weigering machtiging voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, met opdracht tot heroverweging.
De minister, inmiddels de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door een motiveringsgrond te toetsen die niet als beroepsgrond was aangevoerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.