ECLI:NL:RVS:2009:BJ1558
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzaamheid en voldoende middelen van bestaan bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van 14 januari 2008 vernietigde, waarin de aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd afgewezen wegens onvoldoende duurzame en voldoende middelen van bestaan.
De Raad van State oordeelt dat de uitleg van de minister over de toepassing van artikel 3.75, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij gedurende een onafgebroken periode van drie jaar een inkomen uit arbeid in loondienst gelijk aan de bijstandsnorm moet zijn verworven, een redelijke wetsuitleg is. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat deze uitleg onredelijk was, mede gelet op het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000.
Verder is overwogen dat de omstandigheden van de vreemdeling en zijn referenten niet leiden tot een positieve verplichting op grond van artikel 8 EVRM Pro om af te wijken van het beleid, omdat er geen bijzondere feiten of omstandigheden zijn die het gezinsleven in Nederland noodzakelijk maken. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 14 januari 2008 gehandhaafd.