ECLI:NL:RVS:2013:2218
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en behandeling beroep tegen niet tijdig beslissen Wob-verzoek
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek om informatie volgens de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en stuurde brieven van appellant door als bezwaarschriften tegen het niet nemen van een besluit. Het gerechtshof en de Afdeling bestuursrechtspraak hebben dit beoordeeld.
De Afdeling overweegt dat de brief van 19 oktober 2009, gericht aan de rechtbank, geen verzoek krachtens de Wob bevat, maar onderdeel is van een procedure over de waardering van onroerende zaken (WOZ). Hierdoor is het niet tijdig nemen van een besluit op deze brief niet aan te merken als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en is beroep daartegen niet ontvankelijk.
De rechtbank heeft ten onrechte brieven van appellant als bezwaarschriften aangemerkt en doorgezonden aan het college. De Afdeling vernietigt dit deel van de uitspraak en bevestigt de rest van de uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het deel van de uitspraak waarin brieven als bezwaarschriften zijn aangemerkt is vernietigd.