ECLI:NL:RVS:2013:234
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs arbeid zonder vergunning
De minister legde op 28 juli 2011 een boete van €8.000,- op aan de voormalige vennoten van een bedrijf wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van de vennoten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
Tijdens de zitting werden de verbalisanten gehoord over hun waarnemingen op 5 augustus 2010, waarbij zij constateerden dat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte zonder tewerkstellingsvergunning. De vreemdeling en zijn partner ontkenden dat er arbeid werd verricht; de vreemdeling was aanwezig om iets te drinken.
De Raad van State oordeelde dat het proces-verbaal summier en onvoldoende gemotiveerd was, en dat de verklaringen van de verbalisanten onvoldoende duidelijkheid boden over de aard en het tijdstip van de werkzaamheden. Gezien de twijfel over de feiten is de minister niet in zijn bewijslast geslaagd. Het hoger beroep is gegrond verklaard, het boetebesluit vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het boetebesluit is vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de vreemdeling zonder vergunning arbeid verrichtte.