ECLI:NL:RVS:2013:2457
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 18 januari 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte zijn eigen oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas had gegeven, terwijl de beoordeling daarvan aan de staatssecretaris toekomt en de rechter slechts terughoudend mag toetsen.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer door zijn oom en neven zou worden bedreigd of gedood. De grief van de staatssecretaris was gegrond, de uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 18 januari 2013 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.