ECLI:NL:RVS:2014:4765
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag vreemdeling wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 november 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 7 augustus 2014 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de staatssecretaris over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas grotendeels buiten beschouwing had gelaten. De staatssecretaris had aannemelijk gemaakt dat de door de vreemdeling gestelde bedreigingen en ontvoeringen in 2012 niet geloofwaardig waren, mede gelet op het tijdsverloop, de situatie van de Karuna-groep en het ambtsbericht van 2013.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris zijn standpunt deugdelijk had gemotiveerd en dat de rechtbank dit onvoldoende had meegewogen. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.