ECLI:NL:RVS:2013:2465
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking schorsing marktvergunning wegens wangedrag en gelijkheidsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de marktvergunning van appellant geschorst wegens wangedrag en het verstoren van de goede gang van zaken op de markt. Na diverse besluiten en procedures werd de schorsing aanvankelijk vastgesteld op drie maanden. De rechtbank beperkte deze schorsing tot twee maanden vanwege het gelijkheidsbeginsel, omdat de schorsing van drie maanden voor appellant neerkwam op 39 marktdagen, wat zwaarder was dan voor andere marktkooplieden.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte de schorsing had beperkt en dat het college niet deugdelijk had gemotiveerd. De Raad van State oordeelde dat het college niet voldeed aan het gelijkheidsbeginsel door de schorsing niet te relateren aan het aantal marktdagen, maar dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag om het besluit van het college te vernietigen of de schorsing verder te beperken.
De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak onderstreept het belang van een evenredige sanctie en een zorgvuldige motivering bij bestuursrechtelijke besluiten over vergunningen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beperking van de schorsing van de marktvergunning tot twee maanden en verklaart het hoger beroep ongegrond.