ECLI:NL:RVS:2013:2473
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen lokaalverbod horecaondernemers Sittard
Appellant kreeg op 23 september 2010 een algemeen café lokaalverbod opgelegd door de horecaondernemers van de binnenstad Sittard, inclusief terrassen. Het college van burgemeester en wethouders verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit lokaalverbod niet-ontvankelijk. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het lokaalverbod geen bestuursbesluit is, omdat het niet door een bestuursorgaan, maar door horecaondernemers is opgelegd.
Appellant voerde aan dat het lokaalverbod wel als bestuursbesluit moet worden gezien, omdat het tot stand kwam binnen een samenwerkingsverband tussen horeca, politie en gemeente, en dat het college een leidende rol had. Ook stelde appellant dat het lokaalverbod als gebiedsontzegging moet gelden en dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is. De Raad van State oordeelde dat het lokaalverbod een waarschuwing is van horecaondernemers en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rol van het college en het feit dat wijkagenten het verbod ondertekenden, leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde dat op grond van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen geen lokaalverbod kan worden opgelegd en dat het lokaalverbod geen verblijfsontzegging is. Het lokaalverbod beperkt appellant niet in het betreden van de binnenstad. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is voor een vordering tegen het lokaalverbod. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.