ECLI:NL:RVS:2013:2670
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de staatssecretaris. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat op grond van artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een openbare behandeling en mondelinge behandeling in hoger beroep vereist was. De Raad van State oordeelde dat het besluit binnen de werkingssfeer van het Handvest valt, maar dat het achterwege laten van een zitting in hoger beroep en het doen van een verkorte uitspraak niet betekent dat geen daadwerkelijk rechtsmiddel is geboden.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.