ECLI:NL:RVS:2013:2309
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en bewaring vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 23 september 2013 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, gevolgd door een maatregel van vreemdelingenbewaring op dezelfde datum. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen de bewaring ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het hoger beroep binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie valt, omdat het terugkeerbesluit en de bewaring uitvoering geven aan het recht van de Unie. De vreemdeling stelde dat artikel 47 van Pro het Handvest een openbare behandeling in hoger beroep vereist, maar de Afdeling oordeelde dat het achterwege laten van een zitting en het doen van een verkorte uitspraak conform artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in het Handvest en het EVRM.
De Afdeling verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin is bevestigd dat een verkorte procedure in hoger beroep toelaatbaar is indien in eerste aanleg een openbare zitting heeft plaatsgevonden en geen nieuwe feiten of rechtsvragen aan de orde zijn die een mondelinge behandeling vereisen.
De aangevoerde grieven konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.