ECLI:NL:RVS:2013:2710
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde
De minister van Binnenlandse Zaken heeft het verzoek van appellant om naturalisatie afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze afwijzing werd bevestigd door de rechtbank en is in hoger beroep gehandhaafd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De afwijzing is gebaseerd op een vonnis van de politierechter te Utrecht waarbij appellant is veroordeeld voor rijden onder invloed en het verlaten van de plaats van een aanrijding, strafbare feiten die als misdrijven worden gekwalificeerd. Appellant heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld, waardoor de strafzaak nog niet onherroepelijk is.
Appellant voerde aan dat de opgelegde straf relatief licht is, dat hij verder geen justitiële antecedenten heeft en dat er geen gevaar voor recidive bestaat. Ook stelde hij dat artikel 9 RWN Pro alleen gedragingen in de toekomst betreft en dat de afwijzing in combinatie met de straf en een maatregel van het CBR disproportioneel is.
De Afdeling oordeelde dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding RWN 2003 leidend is en dat serieuze verdenkingen in een lopende strafzaak voldoende zijn voor afwijzing. De door appellant aangevoerde omstandigheden zijn niet bijzonder genoeg om van het beleid af te wijken. De afwijzing van het verzoek is geen straf en kan dus niet als disproportioneel worden aangemerkt.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.