ECLI:NL:RVS:2013:290
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod vreemdeling wegens medische situatie kind
Bij besluit van 11 januari 2012 legde de minister een inreisverbod op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank op 30 maart 2012 het beroep gegrond verklaarde en het inreisverbod vernietigde.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De staatssecretaris voerde aan dat de medische situatie van het minderjarige kind van de vreemdeling reeds in een eerdere procedure was beoordeeld en dat het inreisverbod zorgvuldig was afgewogen. Tevens wees hij erop dat tijdelijke opheffing van het inreisverbod mogelijk is indien medische behandeling in Nederland noodzakelijk is.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte niet had meegewogen dat eerdere besluiten, waarin was vastgesteld dat het kind in staat was te reizen en geen acute medische noodsituatie bestond, rechtsgeldig waren gebleven. Omdat de vreemdeling geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden had aangevoerd, kon het standpunt van de staatssecretaris rechtens standhouden.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep gegrond werd verklaard, en verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.