ECLI:NL:RVS:2013:300
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen herziening voorschotten huurtoeslag en proceskostenvergoeding
Bij afzonderlijke besluiten van 12 april 2010 heeft de Belastingdienst de voorschotten huurtoeslag van appellant over 2009 en 2010 herzien en op nihil gesteld. Appellant maakte bezwaar, dat bij besluit van 15 maart 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit deels, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij tussenuitspraak de Belastingdienst opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen. De Belastingdienst heeft vervolgens de huurtoeslag alsnog toegekend en appellant heeft aangegeven dat zijn bezwaren hiermee zijn opgelost. De Afdeling heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een belang bij verdere beoordeling.
Daarnaast heeft de Afdeling de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant heeft gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep, alsmede tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Dit omdat de Belastingdienst aan de bezwaren van appellant volledig tegemoet is gekomen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de Belastingdienst is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.