ECLI:NL:RVS:2013:305
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade door grauwe en kolganzen
Het Faunafonds wees het verzoek van appellant om een tegemoetkoming in door grauwe en kolganzen veroorzaakte schade af, omdat appellant onvoldoende gebruik zou hebben gemaakt van de verleende ontheffing voor het doden van deze ganzen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd.
Appellant stelde dat hij niet meer schadebestrijding kon verrichten dan hij had gedaan en dat ganzen hun foerageergedrag hadden aangepast, waardoor de verjagingstijden niet overeenkwamen met de aannames van het Faunafonds. De Afdeling oordeelde echter dat het Faunafonds beoordelingsruimte heeft en dat adequaat gebruik van de ontheffing inhoudt dat twee tot drie keer per week verjaging met ondersteunend afschot plaatsvindt. Appellant had slechts drie verjagingsacties met afschot in twee maanden uitgevoerd en zijn aanvullende stellingen onvoldoende onderbouwd.
Verder werd het verschil met een andere zaak waarin wel een tegemoetkoming werd verleend verklaard door het feit dat die percelen in een Vogelrichtlijngebied liggen en daar geen ontheffing wordt verleend in de winterperiode. De Afdeling vond het oordeel van het Faunafonds en de rechtbank redelijk en bevestigde het eerdere vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming bevestigd.