ECLI:NL:RVS:2010:BN3719
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering tegemoetkoming schade grauwe ganzen door Faunafonds
Het Faunafonds weigerde aan appellant een tegemoetkoming toe te kennen voor schade veroorzaakt door grauwe ganzen op zijn grasland. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde zonder appellant uit te nodigen voor de zitting.
De Raad van State oordeelde dat appellant onterecht niet was uitgenodigd voor de zitting bij de rechtbank, waardoor het vonnis werd vernietigd. In het hoger beroep werd de zaak inhoudelijk behandeld. Het Faunafonds stelde dat appellant onvoldoende gebruik had gemaakt van de verleende ontheffing, omdat er niet frequent genoeg werd verjaagd met ondersteunend afschot.
Appellant voerde aan dat hij wel adequaat had gehandeld en overhandigde een rapportage van de jachthouder met aantallen gedode ganzen. De Raad van State stelde dat het Faunafonds beoordelingsruimte heeft en dat de eis van minstens twee tot driemaal per week verjaging met afschot redelijk is. Uit de rapportage bleek dat appellant niet wekelijks verjaagde en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat dit niet mogelijk was.
De Raad van State concludeerde dat het Faunafonds terecht de tegemoetkoming had geweigerd en verklaarde het beroep bij de rechtbank ongegrond. Tevens werd het griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het Faunafonds tot tegemoetkoming in schade door grauwe ganzen wordt ongegrond verklaard.