ECLI:NL:RVS:2013:318
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderopvangtoeslag 2007 wegens niet-uitvoering door contractgastouder
De Belastingdienst heeft de kinderopvangtoeslag over 2007 aan appellante herzien en vastgesteld op nihil, omdat de opvang niet door de contractgastouder werd uitgevoerd maar door een andere persoon. Appellante betoogde dat dit niet tot herziening mocht leiden omdat de Wet kinderopvang niet vereist dat de gastouder in de overeenkomst genoemd moet zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van de feitelijke gastouder bij de definitieve vaststelling van de toeslag. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond tegen het besluit van 26 januari 2012, maar verwierp het beroep tegen het latere besluit van 21 mei 2013.
De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante. De uitspraak bevestigt dat een schriftelijke overeenkomst met de werkelijke gastouder vereist is voor aanspraak op kinderopvangtoeslag volgens artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang en artikel 21 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 26 januari 2012 wordt vernietigd, met vergoeding van proceskosten aan appellante.