ECLI:NL:RVS:2013:CA2014
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschotten kinderopvangtoeslag op nihil
De Belastingdienst heeft bij besluiten van 16 september 2010 de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008 en 2009 aan [wederpartij] herzien en op nihil vastgesteld. Hiertegen maakte [wederpartij] bezwaar, dat door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en herzag het besluit.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of [wederpartij] een geldige schriftelijke overeenkomst had overgelegd zoals vereist op grond van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang (Wko). De door [wederpartij] overgelegde akte voldeed niet aan de wettelijke eisen: deze was niet gedateerd, niet ondertekend door de gastouder en betrof geen bepaalde periode.
De Raad van State oordeelde dat zonder een geldige overeenkomst geen aanspraak op kinderopvangtoeslag bestaat. Het enkele feit dat de Belastingdienst later bekend werd met bepaalde gegevens, herstelt de gebreken niet. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van 22 december 2011 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 22 december 2011 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige kinderopvangovereenkomst.