ECLI:NL:RVS:2013:36
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas ondanks overgelegde originele documenten
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 12 juli 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de vraag of de staatssecretaris de door de vreemdeling overgelegde originele documenten in de beoordeling had betrokken. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat het onmogelijk was deze documenten eerder in de bestuurlijke fase te overleggen en dat het asielrelaas onvoldoende overtuigend was.
De Raad van State overwoog dat artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een nuancering inhoudt waardoor ook later overgelegde relevante documenten in de beoordeling moeten worden betrokken. De staatssecretaris had deze documenten dan ook moeten meenemen, wat hij volgens de Raad ook heeft gedaan in zijn reactie van 7 november 2011.
Desondanks oordeelde de Raad dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas ongeloofwaardig bleef vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van onderbouwing, ondanks de overgelegde documenten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.