ECLI:NL:RVS:2013:387
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR tot onderzoek rijgeschiktheid bij gebruikershoeveelheid hasj zonder verklaring eigen gebruik
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft appellant verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op grond van een mededeling van de politie over het bezit van een gebruikershoeveelheid hasj. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het CBR terecht aannam dat de aangetroffen hasj voor eigen gebruik was, ook zonder een expliciete verklaring van appellant.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet heeft verklaard dat de hasj voor eigen gebruik was en dat dit niet uit andere feiten kon worden afgeleid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 23, derde lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 vereist dat een verklaring van appellant aan de politie moet blijken om een verplichting tot medewerking aan een onderzoek op te leggen.
Omdat appellant geen dergelijke verklaring heeft afgelegd en de overige omstandigheden dit niet kunnen vervangen, is het besluit van het CBR in strijd met de wettelijke regeling en wordt het vernietigd. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt het CBR tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het CBR om appellant te verplichten mee te werken aan een onderzoek naar rijgeschiktheid wordt vernietigd wegens strijd met de wettelijke regeling.