ECLI:NL:RVS:2013:937
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.H.M. van Altena
- R.J. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Herroeping ongeldigverklaring rijbewijs wegens onrechtmatige verplichting medewerking onderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat hij niet meewerkte aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Appellant stelde dat het onderzoek ten onrechte was opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het CBR het besluit tot ongeldigverklaring en het besluit op bezwaar had herroepen, waardoor appellant inmiddels weer in het bezit was van een geldig rijbewijs. Desondanks stelde de Afdeling vast dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden door de ongeldigverklaring, zodat er belang was bij inhoudelijke beoordeling.
De Afdeling verwees naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat het CBR geen grondslag had om appellant te verplichten tot medewerking aan het onderzoek, omdat de betreffende regeling geen verplichting tot onderzoek zonder verklaring over eigen gebruik van drugs toestond. Hierdoor was het besluit tot ongeldigverklaring onrechtmatig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het CBR, en herroept het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt herroepen.