ECLI:NL:RVS:2013:43
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag 2007 zonder aansprakelijkstelling toeslagpartner
De Belastingdienst stelde in 2009 de huurtoeslag over 2007 voor appellante vast op €1.872 en vorderde €630 aan teveel betaalde voorschotten terug. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, werd in 2011 de toeslag vastgesteld op €1.678 en €824 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Zij voerde aan dat de toeslagpartner, die in de tweede helft van 2007 haar partner was en van de toeslag profiteerde, hoofdelijk aansprakelijk had moeten worden gesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 33 Awir Pro de Belastingdienst slechts verplicht aansprakelijkstelling van de partner indien de belanghebbende de schuld onbetaald laat. Omdat appellante de toeslag had aangevraagd en ontvangen, en de terugvordering terecht op haar rust, was geen aansprakelijkstelling van de partner vereist.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van huurtoeslag 2007 door de Belastingdienst is terecht op appellante verhaald zonder haar toeslagpartner hoofdelijk aansprakelijk te stellen.