ECLI:NL:RVS:2013:456
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J. Hoekstra
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijzigingsplan Windpark Zuid-Dintel wegens strijd met provinciale verordening
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde op 27 augustus 2012 het wijzigingsplan Windpark Zuid-Dintel vast, waarin de bouw van zeven windturbines werd mogelijk gemaakt. Appellanten voerden onder meer aan dat het plan niet voldeed aan provinciale beleidsregels, onvoldoende onderzoek bevatte naar milieueffecten zoals laagfrequent geluid en lichtreflectie, en dat een exploitatieplan ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat enkele appellanten niet-ontvankelijk waren wegens onvoldoende belang. Het college had zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het type windturbine Vestas V112 niet uitgesloten hoefde te worden ondanks visuele bezwaren, en dat nader onderzoek naar laagfrequent geluid en lichtreflectie op het niveau van het wijzigingsplan niet noodzakelijk was.
Wel stelde de Afdeling vast dat het plan in strijd was met artikel 11.12, tweede lid, onder b, van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2012, omdat de vereiste lijn- of clusteropstelling van minimaal acht windturbines niet was gegarandeerd binnen het plan. Dit leidde tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het besluit. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand vanwege een aansluitend bestemmingsplan van de gemeente Moerdijk dat samen met het wijzigingsplan een cluster van minimaal acht turbines vormt.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten. De uitspraak benadrukt de zorgvuldige belangenafweging door het college, maar wijst op het belang van naleving van provinciale verordeningen bij ruimtelijke plannen voor windenergie.
Uitkomst: Het wijzigingsplan Windpark Zuid-Dintel wordt vernietigd wegens strijd met provinciale verordening, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.