ECLI:NL:RVS:2013:499
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onvoldoende controle werkgever
Bij besluit van 23 februari 2012 legde de minister een boete van €16.000 op aan [appellante] wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze boete ongegrond.
[Appellante] voerde aan dat zij voldoende voorzorgsmaatregelen had getroffen, onder meer door afspraken met het schoonmaakbedrijf [bedrijf A], en dat zij er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat de werkzaamheden door dezelfde persoon werden uitgevoerd. De Raad van State oordeelde echter dat het de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever is om te controleren of aan de Wav wordt voldaan en dat [appellante] onvoldoende inspanningen had verricht om dit te waarborgen.
De Raad van State benadrukte dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat deze moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. In dit geval was geen sprake van bijzondere omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wav door onvoldoende controle op tewerkstelling van vreemdelingen.