ECLI:NL:RVS:2013:527
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
De staatssecretaris van Justitie heeft op 8 oktober 2009 de verblijfsvergunning van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat de relatie met haar echtgenoot was verbroken en zij naar Afghanistan was vertrokken. De vreemdeling diende bezwaar in tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk is omdat het na de wettelijke termijn van vier weken is ingediend. De staatssecretaris had het besluit op de juiste wijze bekendgemaakt door toezending naar het laatst bekende adres, waardoor de termijn was gestart. De vreemdeling had zelf de verantwoordelijkheid om haar post te regelen tijdens haar verblijf in Afghanistan.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Voor het overige bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank over de afwijzing van het bezwaar tegen de weigering tot wijziging van de verblijfsvergunning. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.