ECLI:NL:RVS:2013:577
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van een Turkse vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige gegrond verklaarde. De minister had de aanvraag aanvankelijk afgewezen omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat met zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang werd gediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het verzoek niet deugdelijk had gemotiveerd en dat het niet voorleggen van de aanvraag aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie onrechtmatig was. De Raad bevestigt dat het aan de vreemdeling is om aannemelijk te maken dat hij aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang voldoet en dat het ontbreken van een volledig onderbouwd ondernemingsplan, inclusief een financieel plan, rechtvaardigt dat de aanvraag niet voor advies wordt voorgelegd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee wordt bevestigd dat de staatssecretaris in redelijkheid heeft gehandeld binnen de kaders van de Vreemdelingencirculaire en de standstill-bepaling uit het associatieverdrag met Turkije.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn verblijfsvergunning bevestigd.