ECLI:NL:RVS:2012:BW4346
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verblijfsvergunning zelfstandige met Nederlands belang
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige, waarvoor de minister een aanvraag afwees omdat niet was aangetoond dat met de beoogde arbeid een wezenlijk Nederlands belang werd gediend. De vreemdeling maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de minister de vreemdeling had moeten horen alvorens een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister verplicht was de vreemdeling opnieuw te horen bij het nemen van een nieuw besluit. Verder werd vastgesteld dat de minister de vreemdeling voldoende gelegenheid had gegeven om relevante stukken te overleggen en dat de motivering van het besluit deugdelijk was. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, terwijl het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.