ECLI:NL:RVS:2013:7
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van herkomst vreemdeling op basis van taalanalyse en contra-expertise in asielprocedure
De minister heeft op 10 januari 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
De minister, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Centraal stond de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling opgegeven herkomst, waarbij een taalanalyse en een door de vreemdeling overgelegde contra-expertise een belangrijke rol speelden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel was. De taalanalyse was zorgvuldig en concludent en leidde tot twijfel over de herkomst van de vreemdeling. De contra-expertise bevestigde die twijfel niet eenduidig. Gezien de wettelijke bewijslast rust op de vreemdeling om zijn herkomst aannemelijk te maken, en de contra-expertise onvoldoende bevestiging bood, werd het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de minister gegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.