ECLI:NL:RVS:2010:BM2266
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op basis van taalanalyse en contra-expertise
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af op grond van een taalanalyse die concludeerde dat de vreemdeling niet uit Burundi afkomstig was, maar uit Rwanda. De vreemdeling overlegde een contra-expertise die het tegendeel beweerde. De rechtbank oordeelde echter dat de contra-expertise als deskundigenrapport onvoldoende was onderbouwd en verklaarde het beroep gegrond.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de taalanalyse van het BLT als deskundigenrapport moet worden aangemerkt en dat de contra-expertise van De Taalstudio, ondanks enkele verschillen in werkwijze, eveneens zorgvuldig en deskundig tot stand was gekomen. De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zich op de taalanalyse mocht baseren omdat deze zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat de vreemdeling onvoldoende had gedaan om de gerezen twijfel weg te nemen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de contra-expertise beter gemotiveerd was en dat de staatssecretaris onredelijk had gehandeld. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en inzichtelijke taalanalyses in vreemdelingenzaken en bevestigt dat de staatssecretaris bij twijfel over de herkomst van een vreemdeling op een dergelijke analyse mag vertrouwen, tenzij de vreemdeling overtuigend tegenbewijs levert.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.