ECLI:NL:RVS:2013:71
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling in afwachting asielbeslissing
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een vreemdeling tegen de verlenging van zijn bewaringsmaatregel door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris geen rechtsgeldig verlengingsbesluit kon nemen omdat hij nog in afwachting was van de beslissing op zijn asielverzoek en daarom slechts tien dagen in bewaring mocht worden gehouden.
De Raad van State overwoog dat de wetgever met artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 heeft bepaald dat de bewaring van asielzoekers niet als bewaring met het oog op verwijdering wordt beschouwd en dat de maximale duur van bewaring in dat kader zes maanden bedraagt. De Afdeling bestuursrechtspraak interpreteerde de wet zodanig dat een verlengingsbesluit tijdig kan worden genomen uiterlijk op de dag dat de termijn van zes maanden verstrijkt, ook als de vreemdeling op dat moment in bewaring is gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder b.
De grief van de vreemdeling faalt en het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.