ECLI:NL:RVS:2018:2248
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling onder Vreemdelingenwet 2000
De vreemdeling was meerdere malen in bewaring gesteld op grond van artikel 59 en Pro 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaringsmaatregel van 17 november 2017 werd op 15 december 2017 opgeheven en vervangen door een maatregel op een andere grondslag, die op 15 januari 2018 weer werd opgeheven waarna een nieuwe maatregel werd opgelegd.
De rechtbank had het verlengingsbesluit van 30 april 2018 vernietigd omdat het te vroeg was genomen, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de periode van de maatregel op grond van artikel 59b niet had meegeteld bij de termijnberekening.
De Raad van State oordeelt dat de periode van de maatregel op grond van artikel 59b niet meetelt voor de termijn van zes maanden voor verlenging van de maatregel op grond van artikel 59. Tevens geldt elke nieuwe maatregel met andere vereisten als een nieuwe inbewaringstelling, waardoor de termijn opnieuw begint. Het verlengingsbesluit was daarom te vroeg genomen en onrechtmatig. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het te vroeg genomen verlengingsbesluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af.