ECLI:NL:RVS:2013:776
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.H. van Kreveld
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Scheveningen Badplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 7 mei 2013 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Scheveningen Badplaats. Verzoekers, inwoners van Den Haag, maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
Zij stelden dat de plaatsing van de ORAC's op de voorgestelde locatie de veiligheid in gevaar brengt doordat de leegwagen het doorgaand verkeer ophoudt, met mogelijke hinder voor hulpdiensten. Daarnaast vreesden zij geluidsoverlast en geurhinder, met name bij een nabijgelegen restaurant. Ook wezen zij op het vervallen van een parkeerplaats en stelden alternatieve locaties voor.
De voorzitter oordeelde dat het college de randvoorwaarden voor plaatsing, zoals maximale loopafstand, minimale parkeerplaatsvervanging en veiligheid, in acht heeft genomen. De bezwaren van verzoekers waren onvoldoende om het besluit te schorsen, mede omdat de alternatieven niet haalbaar waren en de hinder beperkt bleef. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het plaatsingsplan voor ORAC's in Scheveningen Badplaats wordt afgewezen.