ECLI:NL:RBZLY:2011:BU4878
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen ontheffing voor plaatsing ondergrondse afvalcontainer in Deventer
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Deventer om ontheffing te verlenen voor het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer op het perceel Grote Kerkhof te Deventer. De afvalcontainer was reeds geplaatst ten tijde van de zitting. Verweerder had de ontheffing verleend op grond van artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan.
De rechtbank overweegt dat de afvalcontainer onder het begrip 'bouwwerk, geen gebouw zijnde' valt en dat verweerder bevoegd was ontheffing te verlenen. Echter, de rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom alternatieve locaties, met name gebied A nabij de kerk, zijn afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op een algemeen welstandsadvies zonder concrete onderbouwing, terwijl foto's lieten zien dat er al vuilnisbakken nabij de kerk staan.
Daarnaast is vastgesteld dat de afvalcontainer op 3,10 meter van de voorgevel is geplaatst, wat bouwtechnisch noodzakelijk is, maar eisers ervaren hinder door stank, geluid en zicht op de container. De rechtbank benadrukt dat hinder niet per definitie plaatsing verhindert, maar dat verweerder wel de plicht heeft alternatieven te onderzoeken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast verweerder binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen, waaronder een nieuw onderzoek naar alternatieve locaties. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ontheffing wordt vernietigd met de verplichting tot een nieuw onderzoek naar alternatieve locaties.