ECLI:NL:RVS:2013:782
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 3 januari 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter, die dit beroep op 27 januari 2012 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het ontbreken van reisdocumenten de vreemdeling niet kon worden toegerekend. De vreemdeling had onvoldoende toezicht gehouden op zijn bagage die in de achterbak van de auto van de reisagent lag.
Verder verwierp de Afdeling het verweer van de vreemdeling dat zijn asielrelaas geloofwaardig was, onder meer omdat hij onvoldoende toelichting gaf op zijn stellingen en het feit dat hij na een aanval nog tien dagen in zijn woning verbleef zonder veilig alternatief. Ook het betoog dat de staatssecretaris bepaalde gebeurtenissen niet had betrokken faalde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.