ECLI:NL:RVS:2013:784
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 19 oktober 2011 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister wees de aanvraag opnieuw af op 1 november 2012. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling zijn reisroute onvoldoende met documenten had onderbouwd en dat het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht ontbeerde. De aangevoerde landeninformatie en verklaringen van de vreemdeling konden dit oordeel niet weerleggen.
Daarnaast werd overwogen dat het betoog van de vreemdeling over het overlijden van zijn vader als onderdeel van het asielrelaas niet tot een ander oordeel leidde, omdat het asielrelaas als geheel ongeloofwaardig werd geacht. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.