ECLI:NL:RVS:2013:799
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Bij besluit van 2 december 2010 legde de minister aan [appellante] een boete van €56.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Arbeidsinspectie stelde vast dat zeven Bulgaarse vreemdelingen werkzaamheden verrichtten zonder tewerkstellingsvergunning. [appellante] voerde aan dat de vreemdelingen als zelfstandigen werkten en dat het onderzoek onzorgvuldig was. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen onder gezag van [bedrijf] en niet als zelfstandigen werkten, gelet op mandagenstaten en verklaringen, en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Voorts werd het beroep op matiging van de boete verworpen omdat het de eigen verantwoordelijkheid van [appellante] is om na te gaan of aan de Wav wordt voldaan. Het betoog dat de minister willekeurig handelde door andere hoofdaannemers niet te beboeten, faalde eveneens omdat de minister dit beleidsmatig en gemotiveerd had toegelicht.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €56.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.