ECLI:NL:RVS:2013:817
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor splitsing woning in twee zelfstandige woningen te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 8 maart 2012 een bouwvergunning voor het verticaal splitsen van een woning op een perceel in Utrecht. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees het beroep af. Appellant stelde dat het splitsen binnen de woonbestemming viel en dat de bouwkundige aanpassingen niet in strijd waren met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat de bouwkundige wijzigingen wel degelijk in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat er een doorgang wordt gecreëerd door gedeeltelijke sloop en nieuwbouw, wat afwijkt van de bestaande situatie ten tijde van de eerste tervisielegging van het bestemmingsplan.
Appellant voerde aan dat het college onredelijk had gehandeld en dat er sprake was van feitelijk gebruik van twee woningen sinds 1998. De Raad van State stelde dat het college beleidsvrijheid heeft bij het al dan niet verlenen van een projectbesluit en dat de rechter terughoudend moet toetsen. Het college had het bouwplan afgewezen vanwege het stedenbouwkundig uitgangspunt van lintbebouwing, waarbij een tweede woning achter de eerste woning leidt tot een tweede of derde lijn woonbebouwing die niet via het lint ontsloten wordt. Dit was een redelijke afweging.
De Raad van State bevestigde dat er op het perceel slechts één hoofdgebouw aanwezig is en dat de splitsing leidt tot een tweede woning die niet voldoet aan het lintbebouwingsprincipe. De vrees voor precedentwerking was gegrond en woog zwaarder dan de financiële belangen van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep niet gegrond was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.