ECLI:NL:RVS:2013:82
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunning Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde appellant een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee Turkse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de boete, maar zowel de minister als de rechtbank wezen dit af.
Appellant voerde aan dat de vreemdelingen als zelfstandigen rechten ontlenen aan het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, en dat hij mocht vertrouwen op de VAR-verklaringen en inschrijvingen in het handelsregister. Ook stelde hij dat hij onterecht meerdere keren voor hetzelfde feit was beboet.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende heeft toegelicht waarom artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol van toepassing is. Verder is het de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever om na te gaan of de Wav wordt nageleefd, en de door appellant aangevoerde documenten boden geen gerechtvaardigd vertrouwen. Het doorbelasten van boetes binnen de keten leidt niet tot matiging van de boete. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €8.000 wordt bevestigd.