ECLI:NL:RVS:2013:844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 25 juni 2012 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter, die dit beroep op 16 oktober 2012 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet meermaals een verzoek tot heronderzoek aan de Duitse autoriteiten kon voorleggen binnen de wettelijke termijnen. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris binnen de termijnen meerdere verzoeken tot heroverweging heeft ingediend en dat dit conform de uitvoeringsverordening is.
Verder oordeelde de Raad dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich niet tot de Duitse autoriteiten kon wenden voor bescherming tegen mishandeling. Ook was er geen sprake van een onevenredige hardheid die de staatssecretaris zou verplichten het asielverzoek zelf te behandelen.
Op grond hiervan verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.