ECLI:NL:RVS:2013:884
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling
Bij besluiten van 23 januari 2012 heeft de minister aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen en een inreisverbod tegen vreemdeling 1 uitgevaardigd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen het inreisverbod gegrond en vernietigde dat besluit, maar wees de overige beroepen af. Zowel de vreemdelingen als de minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdelingen kennelijk ongegrond is. Het hoger beroep van de minister is gegrond omdat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat een inreisverbod slechts via een zelfstandig besluit kan worden uitgevaardigd. De Raad van State vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin het beroep tegen het inreisverbod gegrond werd verklaard en toetst het besluit opnieuw.
Inhoudelijk overweegt de Raad dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op privé- en gezinsleven beschermt. De staatssecretaris heeft voldoende belangenafweging gemaakt, waarbij rekening is gehouden met de verblijfsduur en sociale banden van vreemdeling 1. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard. De overige onderdelen van de uitspraak blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.