ECLI:NL:RVS:2013:890
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning seksinrichting wegens zakelijk samenwerkingsverband met verdachte mensenhandel
De burgemeester van Amersfoort wees op 6 april 2011 de aanvraag van appellante voor een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting af, omdat er ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Dit was gebaseerd op adviezen van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB), waarin werd gesteld dat appellante in een zakelijk samenwerkingsverband stond met een verdachte van mensenhandel, zakenpartner B.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het aannemen van een zakelijk samenwerkingsverband onterecht was, onder meer omdat zakenpartner B eigenaar en verhuurder van het pand was en zij hem de toegang tot het pand had ontzegd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuursorgaan mocht afgaan op de adviezen van het Bureau en dat het geheel van feiten en omstandigheden, waaronder gezamenlijke optredens en aanwezigheid van zakenpartner B tijdens politiecontroles, een zakelijk samenwerkingsverband rechtvaardigde.
Verder oordeelde de Afdeling dat het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces en een effectief rechtsmiddel (artikelen 6 en 13 EVRM) niet slaagde, omdat de beoordeling van de aanvraag op relevante feiten was gebaseerd en de bezwaarfase niet in strijd was met deze rechten. Ook het latere vrijspraak van zakenpartner B van mensenhandel deed hieraan niet af, omdat dit na het besluit dateerde.
De Afdeling bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de vergunning wegens een zakelijk samenwerkingsverband met een verdachte van mensenhandel.