ECLI:NL:RVS:2013:896
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.W.C. Feteris
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inschrijving in register beëdigde tolken en vertalers wegens overschrijding overgangstermijn
Appellant verzocht om inschrijving in het register beëdigde tolken en vertalers voor meerdere taalcombinaties, maar de minister wees dit verzoek af omdat appellant niet binnen de wettelijk voorgeschreven overgangstermijn van twee jaar na inwerkingtreding van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) had verzocht om inschrijving.
Appellant stelde dat het onredelijk was om strikt aan deze termijn vast te houden vanwege persoonlijke omstandigheden en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van de wet, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De rechtbank verwierp deze argumenten en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze uitspraak. Zij oordeelde dat de wetgever bewust een uiterste termijn van twee jaar heeft gesteld voor de overgangsregeling en dat hiervan niet in individuele gevallen kan worden afgeweken. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het verzoek.
De Afdeling concludeerde dat de minister terecht het verzoek tot inschrijving heeft afgewezen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de inschrijving in het register beëdigde tolken en vertalers bevestigd.