ECLI:NL:RVS:2013:908
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens risico schending artikel 3 EVRM
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 3 augustus 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer betoogd dat de vreemdeling als Tibetaan bij terugkeer naar China een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM, hetgeen onvoldoende was onderzocht door de staatssecretaris. De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling dit niet aannemelijk had gemaakt, mede gelet op het ambtsbericht over China.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de minister, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling alsnog toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.