ECLI:NL:RVS:2013:913
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig nemen besluit inschrijving kwaliteitsregister
De appellant maakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 23 december 2008 om definitief te worden ingeschreven in het Kwaliteitsregister tolken en vertalers. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de aanvraag niet bij hem was ingekomen en het bezwaar onredelijk laat was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring eveneens ongegrond en niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding. De rechtbank liet in het midden of de aanvraag bij de staatssecretaris of de raad voor rechtsbijstand was ingekomen en oordeelde dat appellant geen gerechtvaardigde verwachting had dat binnen een redelijke termijn een besluit zou worden genomen.
Appellant voerde aan dat hij eind mei of begin juni 2011 telefonisch contact had gehad met een medewerker van de raad voor rechtsbijstand over zijn inschrijving en dat de raad veel tijd nodig had voor de uitvoering van de Wet beëdigde tolken en vertalers. Ook verzocht hij om getuigenverhoor. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden geen grond boden voor een gerechtvaardigde verwachting of het horen van getuigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is wegens onredelijke termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.