ECLI:NL:RVS:2013:945
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering persoonlijke omstandigheden
De staatssecretaris vaardigde op 16 mei 2013 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 27 juni 2013 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had gemotiveerd waarom persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, zoals het hebben van familieleden in Nederland en het voornemen om als internationaal vrachtwagenchauffeur te werken, geen aanleiding vormden om het inreisverbod te verkorten of niet op te leggen. Dit is in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris voor zover het inreisverbod betreft. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van € 1.416,00.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling is vernietigd wegens strijd met het motiveringsvereiste en de staatssecretaris is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.