ECLI:NL:RVS:2013:972
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling hoger beroep tegen inreisverbod afgewezen door Raad van State
De vreemdeling had bij besluit van 12 januari 2012 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling vrijwillig was vertrokken naar Afghanistan en daarmee geen belang meer zou hebben bij de behandeling van het beroep.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij met het ondertekenen van de vertrekverklaring zijn procedure over het inreisverbod niet had ingetrokken en dat het inreisverbod niet automatisch vervalt door vrijwillig vertrek. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en verklaarde het hoger beroep gegrond. Vervolgens heeft de Raad het beroep tegen het inreisverbod inhoudelijk getoetst.
De vreemdeling voerde aan dat het onredelijk was het inreisverbod toe te passen gezien de slechte veiligheidssituatie in Afghanistan en het ontbreken van een sociaal vangnet. De Raad verwees naar jurisprudentie dat een inreisverbod niet in de weg staat aan het opnieuw indienen van een asielaanvraag en dat het inreisverbod tijdelijk wordt opgeschort zolang de asielprocedure loopt. De Raad verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard door de Raad van State.