ECLI:NL:RVS:2013:BY8507
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kindgebonden budget wegens onjuiste rechtsgevolgen ongewenstverklaring toeslagpartner
De Belastingdienst had de kindertoeslag 2008 en voorschotten kindgebonden budget 2009 en 2010 van appellante herzien en vastgesteld op nihil, en een bedrag teruggevorderd, omdat haar toeslagpartner geen rechtmatig verblijf zou hebben. De rechtbank Dordrecht vernietigde het besluit van de Belastingdienst, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand, omdat de toeslagpartner ongewenst was verklaard en geen rechtmatig verblijf had.
Appellante voerde aan dat de ongewenstverklaring onrechtmatig was omdat het Hof van Justitie EU had geoordeeld dat de verblijfsvergunning van haar toeslagpartner ten onrechte was ingetrokken. De staatssecretaris had daarop de ongewenstverklaring opgeheven en de verblijfsvergunning niet ingetrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten en dat de Belastingdienst niet zonder meer op de GBA-code mocht afgaan zonder overleg met de staatssecretaris. De ongewenstverklaring moest met terugwerkende kracht worden opgeheven, waardoor de toeslagpartner rechtmatig verblijf had in de relevante periode.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden deel van de uitspraak en beval de Belastingdienst binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de opgeheven ongewenstverklaring. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten, en de Belastingdienst wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.