ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3327
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling op grond van Besluit 1/80
Verzoeker, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning ingetrokken. Hij stelde zich op het standpunt dat zijn verblijfsrecht voortvloeit uit artikel 7 van Pro het Besluit 1/80, ook na naturalisatie van zijn echtgenote tot Nederlandse.
De rechtbank overweegt dat de rechten uit het Besluit 1/80 niet automatisch vervallen door naturalisatie van de echtgenote, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom verzoeker niet aan artikel 7 voldoet Pro en had het openbare orde criterium van het gemeenschapsrecht niet adequaat toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de ongewenstverklaring gegrond, vernietigt dit deel van het besluit en beveelt een nieuw besluit. De voorlopige voorziening wordt getroffen om uitzetting te schorsen tot vier weken na beslissing op bezwaar. Het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en tot vergoeding van griffierecht. Tegen de uitspraak inzake de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met tijdelijke schorsing van uitzetting; het beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard.